Fragmenten van Ziek van Angst

…Twee kinderen schieten door de straten, elkaar achterna zittend. Amsterdam sprankelt in de zon, de hemel is strakblauw en wolkeloos. Megan van vijf jaar is net uit school. Als haar grote broer Connor haar ophaalt, is dat altijd grote pret. Kinderen hebben hun eigen taal en innerlijke wereld, die toch doorzichtig zijn. Met volle teugen genieten ze van het oorlog voeren: Nemertje. Bijna iedereen doet dit als kind. Ze gaan er in op, het maakt een wezenlijk deel uit van hun bestaan.‘Nemertje’ betekent grofweg alles wat met het Worldwide Prostration Collectief te maken heeft.  De kinderen doen gevechten, ontvoeringen en take-downs na. Niemand raakt verveeld van een achtervolging door een Zwarte Wolk, of van een Nemer die jou wilt vangen. Vaak zijn er hele horden kinderen, die als zwerfkatten door de buurten gaan, in bomen klimmen, zich verschuilen en de andere groep volgen. De ene helft het WPC, de Nemers en de andere helft het Verzet. Niemand wil natuurlijk Nemer zijn, waar dan echte ruzies over ontstaan…

…Connor vindt Megan verstopt onder de tafel. Schuw en ontredderd komt ze eronder vandaan.
“Komen mama en papa snel? Ik ben bang, het is hier zo akelig”, zegt ze met een verstikte stem die niet bij haar past. Connor gooit zijn armen in de lucht, een gebaar dat iedereen begrijpt. Megan schreeuwt het uit.
“Wees stil, tekeer gaan helpt niet”, fluistert hij, bang dat ze haar bij hem weg halen nu er geen volwassene is die voor hen zorgt. Hij tilt haar op schoot en ze snikt het uit met haar gezicht verborgen. Connor’s eigen felle paniek wisselt zich af met een dof verlangen. Waar zouden ma en pa nu aan denken? Zouden ze geloven dat het met hen gedaan is? Een afkeer voor het leven zelf krijgen? Dat alle vreugde en liefde achter hen ligt?…

…Langzaam komt Alan bij. Zijn ogen gaan open, geschokt dat hij nog leeft. Wat is er binnenin gebeurd? Het schijnt dat alles gebroken is. Fel licht, hete pijnscheuten gaan door zijn ogen. Er was iets heel ergs, alleen kan hij zich niet herinneren wát. Hij ligt in de openlucht, zich er vaag van bewust dat hij zijn schoudertas nog omheeft. Zijn starre, apathische blik is op de heldere hemel gericht. De paniek is verdwenen. Er is alleen immense verlatenheid en onwerkelijkheid….

…Ik stel hier de vragen en jij geeft antwoord. Dit is het gebied van het Worldwide Prostration Collectief, voor het geval dat je dat ontgaat”
“We wilden niet insluipen of jullie in de problemen brengen, we wilden iemand spreken. Er zitten hier twee vrienden van mij vast. Die hebben kinderen. Ze hebben niets met het Verzet te maken”. Hij probeert rustig en redelijk te klinken.
Phyllis knijpt in zijn hand en die druk troost hem iets.
“Is zij ook een van die onschuldige gevangenen?” hakt het uniform erop in. Ze bedoelt Phyllis. Alan weet geen antwoord. Zij is alleen, het is drie tegen één, weet hij. Hij heeft nog de hoop dat ze zich hieruit kunnen vechten…

Naar het boek

Geef een reactie